Terug naar overzicht
Duurzame vernieuwingen daadwerkelijk realiseren is complex. Maar steeds meer ondernemers zijn bereid hun nek uit te steken. En door slimme publiek-private samenwerking blijkt juist op regionaal niveau toch veel mogelijk te zijn.

Column Edward Gilding over duurzaam innoveren

Het kost €3,50 meer om een setje sneakers geheel emissieloos per containerschip vanuit China naar Rotterdam te transporteren. Een prikkelende berekening die onderzoeksinstituut MARIN presenteerde tijdens de ‘Future of the Oceans Summit’ in Scheveningen. Prikkelend vanwege de concreetheid. Maar ook prikkelend omdat er meteen talloze vervolgvragen opdoemen. Is de consument bereid dit te betalen? En als dat – bij wijze van spreken – voor een kwart van de consumenten geldt, wat dan? Het schip een kwart duurzamer maken? Zijn verladers, investeerders, overheden, rederijen, havens en toeleveranciers bereid samen te werken aan die verduurzaming? En dan niet alleen in Nederland, maar óók in China?

Zomaar een gedachtenexperiment om te laten zien hoe complex het is om duurzame vernieuwingen daadwerkelijk te realiseren. En om te laten zien dat samenwerking een absolute must is. Binnen de sector, met kennisinstellingen én met overheden.

Als senior business developer bij InnovationQuarter en coördinator van het regionaal samenwerkingsprogramma Maritime Delta probeer ik bedrijven te helpen met innovatie-ontwikkeling. Daar is behoefte aan. In onze regio, waar grofweg 45 procent van het Nederlandse maritieme cluster zich bevindt, ervaar ik dat steeds meer ondernemers bereid zijn hun nek uit te steken. Zij verkennen bijvoorbeeld alternatieve brandstoffen, walstroom, hernieuwbare energie of aquaculture.

Veel van deze ondernemers krijgen al snel te maken met het zogeheten ‘First mover disadvantage’. Concreet: het loont niet om een bepaalde vernieuwing te ontwikkelen en op de markt te brengen. Bijvoorbeeld omdat meerwaarde op maatschappelijk en sociaal vlak zich zelden terug laat rekenen in de business case. Een flink deel van ons werk zit dan ook in het puzzelen op een geschikt business model. We kijken ook hoe publieke en private samenwerking dit structureel kan stimuleren, bijvoorbeeld door mee te financieren of risico’s af te dekken.

Dat gaat natuurlijk vaak op een aanzienlijk kleinere schaal dan het voorbeeld waarmee ik begon. Juist op regionaal niveau blijkt veel mogelijk te zijn door slimme publiek-private samenwerking. Zo kunnen we, ondanks dat veel van deze ontwikkelingen op een internationaal speelveld plaatsvinden, concrete stappen maken richting een duurzame economie.

Edward Gilding